Als je ergens wil komen, maar het is moeilijk, neem dan het eerstvolgende stapje dat je kunt nemen.

Ik hang aan een loodrechte rots, grijs, hard en heet van de zon. Zweet staat op mijn voorhoofd, mijn rug. M’n helm klemt en schuurt langs die stenen als ik mijn hoofd draai om te kijken of er nog mogelijkheden zijn. Mijn handen houden twee hele kleine randjes vast. Als ik mijn onderarm er goed onder houd, glip ik net niet weg. Mijn voeten staan op treedjes van wel 5 cm breed. Heel fijn, ware het niet dat ze door de vele klimmers voor mij zijn gladgeklommen . De volgende haak is nog 2 meter boven mijn hoofd. De vorige 1 meter onder mij. Als ik val, val ik een meter of 5. Veilig in het touw, maar houdt mijn gordel het wel? Heb ik de veiligheidsknoop wel goed gelegd? Let mijn klimmaatje daar beneden wel op terwijl hij mijn leven aan een touwtje in zijn handen houdt?

Waarom doe ik dit?? 

Andrea Deckers Proximal zone of development

Mijn leraar in de jaren ’90, Rasma Schäffer Bush, leerde mij dat een groot probleem uit allemaal kleinere probleempjes bestaat. Daarvan kun je er iedere keer eentje oplossen.
In 2012 leerde Marianne Bentzen me over het Principe van “the proximal zone of development”. Iemand kan pas iets nieuws leren als het doel buiten zijn huidige bereik is, maar niet te ver van wat hij kan.
Is het doel te gemakkelijk te bereiken, dan zal hij zich gaan vervelen, is het te hoog gegrepen, dan zal zijn zelfvertrouwen eronder leiden, wat je eerder doet stilstaan dan groeien.

Oké, daar gaat ie dan maar. Ik zing een liedje dat mijn moeder vroeger voor me zong. Ik vraag de rots: mag ik? Mag ik de goede grepen vinden, alsjeblieft?
Mijn handen verkennen éen voor éen de gaatjes en hoekjes rond de randjes die ik vast had. Ah, een gaatje, best groot zowaar, waar 2 vingers in passen, waardoor ik mijn rechter voet kan verplaatsen naar een plekje dat lang zo ruim niet is, meer een klein pannenkoekje op zijn kant, maar veel ruwer, waardoor het rubber van mijn schoen beter plakt en ik kreun dankbaar als ik voel hoe daar mijn voet een beetje met de rots versmelt: gelegenheid om op te staan. Om uit te reiken naar daar boven. Daar moet toch een bak zitten, een greep om met gemak te pakken (het moet ergens toch iets gemakkelijker worden!!) Ik zucht dankbaar als mijn handen inderdaad in een kuiltje grijpen: weer een stapje dichter bij.. waarom ik dit doe. dansen aan de rots, mooie bewegingen, soepele kracht, natuur om mij heen, een vorm van voelen dat ik leef.

Als het daarna ietsje gemakkelijker gaat, ben ik dankbaar voor mijn moed. Maar ook realiseer ik me dat ik had mogen vallen. Vallen is ook niet gemakkelijk (waaaah!)  En ik had mogen stoppen, kappen, geen zin meer hebben. Of later nog eens proberen. Dit keer heb ik doorgezet. Het was een uitdaging. Maar niet te ver boven mijn niveau. Ik opereerde op de rand van mijn kunnen. Heel bevredigend!

Dit is een praktische manier om met een  probleem ontwikkelingsstap of vraagstuk om te gaan. Of je nu gitaar wil leren spelen, je assertiever opstellen naar je baas of beter wil leren koken. Ga op zoek naar het eerste stapje dat je kunt nemen in de richting die je wilt.

En is het erg eng of moeilijk, neem dan het kleinst mogelijke stapje. Zo begeef je je in je proximaal zone of development. Net buiten je bereik, maar dichtbij. Je kunt het nog niet, maar het is gelinkt aan wat je al wel kan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *