We zijn ‘m misschien allemaal wel eens. Ieder op ons eigen gebied. De perfectionist.
Dat is niet zo erg. Tenzij jij – of je omgeving – er veel last van heeft.
Over perfectionisme zijn allerlei uitspraken te doen. Een daarvan is deze:
Als je perfectionistisch bent, mis je vertrouwen in herstel en regulering van alle dingen.
Komt het niet goed, als het niet op jouw manier gaat?
Gaat het vast en zeker verkeerd, als jij het niet doet?
Als je dat vind, kàn dat een gezond teken zijn.
Je bent zelfbewust, weet wat je kan, weet intuitief wat goed is voor je, of je bent zeker over wat er moet gebeuren.
Een voorbeeld: Zelfexpressie. Het dansen van je eigen dans, het zingen van je eigen lied.
Of een skill: reanimeren als je dat al tig keer gedaan hebt.
Dit is goed, en we noemen het ook niet zo snel perfectionisme.
Dat het per sé op jouw manier moet, kan ook een minder goed teken zijn.
Vooral daar, waar “samen doen” prettig is. Delen van verantwoordelijkheiden. Huishouden, vakantieplanning, vergaderen.
Perfectionisme gaat vaak ten koste van “samen”. Het kan een paar jaar van je leven kosten, voordat je weet wat voor jou de gelukkige balans is tussen “op mijn manier doen” en “samen doen”.
Als therapeut heb ik mededogen voor bijna elk verschijnsel.
Ook perfectionisme bij iemand, heeft altijd een goede reden.
Het betekent bijvoorbeeld, dat diegene een indringende jeugdervaring heeft, waarin iets verkeerd liep. Heel erg verkeerd. Iets dat heel naar voelde.
Het kwam niet goed.
Er moest ingegrepen worden, ook al had het kind daar nog lang de leeftijd niet voor om dat te doen. Het was boven zijn macht. Maar hij deed het. Als je goed kijkt, zie je, dat ondanks zijn inspanning… het eigenlijk toch niet is gelukt. Of toch wel? Hij is er nog. Hij ademt, hij leeft. Hij is alleen nooit gestopt de bovenmenselijke inspanning te leveren, want…
…Het kwam niet goed.
Je hebt intens beleefd dat het niet vanzelf goed kwam.
En dus blijf je je tot vandaag inspannen, want:
“Het komt niet goed”.
De selffulfilling prophecy is een feit.
Besef
Als je dit beseft, kun je je bovenmachtige inspanning staken, en naar de bodem zinken. Voor wie naar de bodem zinkt, is het tijd om te helen.
Tijd, om het jammer te vinden dat het ooit niet goed kwam. Diep jammer. Onherstelbaar jammer.
Dat het vroeger niet gelukt is. Niet zònder jouw inspanning. En ook niet mèt jouw inspanning.
Jammeren mag je, dat het niet gelukt is. Vol overgave en zonder terughouding. In contact met iemand die het kan hebben (dat kan een vriend, familielid of een therapeut zijn).
Pas dan, als je jammer is aangehoord en begrepen. Als je jammer niet is weggewimpeld en onbelangrijk gemaakt.
Pas dan, als er niet gezegd wordt: ”je moet het verleden loslaten jôh”, maar als iemand luistert en niet oordeelt.
In een tijdloos moment zonder tijdsdruk, waarin het ‘gewoon zo om jammer is’, dan… ontstaat ruimte voor het nieuwe.
Ruimte voor een diepe zucht, en het besef dat je er ondanks alles nog bent, en het nog best goed gedaan hebt ook! Wat zeg ik? Hàrdstikke goed heb je het gedaan! JE HEBT HET ZÓ GOED GEDAAN.
‘Jammer’ vaart een stukje weg op de golven en maakt plaats voor trots en opluchting dat je je gered hebt. En wat je onderweg vergaard hebt. En dat is nogal wat! Daar kàn je wat mee. Met wat je vergaard hebt. Kijk maar eens goed…!
Daar, op dat moment in het leven, kan je dóór, met je jammer in je kielzog. Tot die op een dag weg blijft, hij is een eindje varen met andere jammers, dobberen op de golven van wat was en niet was.
Tot ziens jammer, het ga je goed, ik kan je missen nu… ik ga déze kant op.
Zodra je jouw jammer herkent en meeneemt in je kielzog, kan je dingen wat gemakkelijker gaan doen. Half lukken, is ook een soort van lukken. Wat vandaag niet gaat, kan morgen. Ik doe wat ik kan, en dat is genoeg. De rest regelt zich op een andere manier.
Ik vertrouw in het herstel van alle dingen.
Als ìk het niet bewerkstellig, komt het vast op een andere manier goed.
“Ja, ik was vroeger best perfectionistisch”…

